Varzy

13 juli 2010. Varzy.

Vandaag was een dagje klavertje 4 met Jacobus: hij houdt wel van me, hij houdt niet van me. De eerste 2 uur van de route loop ik door bos over met onkruid en doornstruiken overwoekerde paden. Tot bloedens toe word ik gestoken door muggen en paardenvliegen. Later ben ik de weg kwijt, op het eind van een bospad staat geen aanduiding meer. Eerst een stuk één kant op lopen, niks, toen de andere kant op, weer niks. Wat nu? Nog eens goed kijken, zie ik een stuk verderop een klein bordje in een bospad. Inderdaad het bekende pelgrimsbordje. Opgelucht stap ik verder. Eenmaal uit het bos geniet ik van mooie uitzichten over de velden, het is warm in de zon dus ik zweet veel en drink veel. Op een gegeven moment zit ik zelfs zonder water, onderweg is niets te krijgen, geen hond te zien, nou ja, die nog net wel. Bij een buitenhuis komt toevallig een man uit de tuin, ziet mij zweten en zegt chaud hè. Ja en mijn water is op. Nou, aarzel niet, kom binnen, en hij geeft me een fles water te drinken, 2 literflessen water om mijn camelbak te vullen en nog 1 fles extra voor in de rugzak, super aardig.
Met frisse moed wandel ik door naar mijn gereserveerde pelgrimsplek Le Bourg in Cuncy-le-Varzy, die daar niet te vinden is. Op de kaart zie ik de naam Le Bourg een eindje verder staan, de weg daarnaartoe blijkt een zeer steile klim te zijn. Eenmaal boven besluit ik rechts af te slaan en aan te bellen bij het eerste huis. De norse bewoner wil mij weer 3 km naar beneden sturen. Ook in Frankrijk is wurgen verboden, bovendien kan hij er niets aan doen dat ik verkeerd zit, maar mijn humeur is door de vermoeidheid en de teleurstelling niet echt geweldig. Ik besluit 5 km door te lopen naar Varzy, heb er nu al 34 km opzitten. Mijn stappenteller geeft trouwens meer aan dan de officiële route, maar was op de trainingstochten vrij nauwkeurig. Dus welke is juist, stappenteller of route? Maar Frankrijk is une grande nation, dus hier zal 100 meter wel meer zijn dan bij ons. Vlak voor Varzy besluit ik af te buigen naar de camping, daar is ook een pelgrimsonderkomen. Bij een wegsplitsing tref ik een paar vrouwen met kinderen, één van hen is de patrones. Desgevraagd kan ik er slapen zegt ze, ik zeg nog dat ik geen tent heb, maar er is een zaaltje. Nog 1 km wandelen, eindelijk zijn we op de camping. Mijn teller staat inmiddels op 41 km. De patrones vraagt om mijn pelgrimspaspoort en zegt, u heeft niet gereserveerd? Nee. Dan heb ik geen plek, helaas. Ik probeer van alles, heeft u een matras, mag ik met mijn slaapzak op de grond liggen? Allemaal niet mogelijk. Uiteindelijk besluit ze hotels te bellen, na een paar pogingen vindt ze een vrije kamer. Ik kan terecht in Hotel de la Poste voor € 45 + €5 voor het ontbijt, zij brengt me er met de auto heen, want nog 2 km lopen vindt ook zij te gek. Ik kan deze blijk van medeleven toch erg waarderen.
In het hotel krijg ik een simpele kamer met een goed bed en goede douche, met wc op de gang. Na de douche loop ik naar de pizzeria, is slechts 200 meter. Ik neem een pizza met ansjovis, smaakt smerig, maar ik kan het zout goed gebruiken na al dat zweten. De pizza wordt weggespoeld met 2 Leffes van de tap en een flesje water. Als toetje neem ik een grote kop koffie, het is mijn 1e die dag. Om half 10 gaat letterlijk en figuurlijk het licht uit.

Vorige bericht                                                                                          Volgende bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.