5 Oktober 2018: Naar Gontán/Abadín 22 km

Heerlijk geslapen, erg rustig hier. Om 7.30 uur gaan we ontbijten in de woonkeuken, de gastvrouw heeft ons ontbijt klaargezet in de koelkast: een soort gebakjes uit de eigen confitería, melk met cornflakes, sapje, koffie kunnen we zelf zetten. Kwart over 8 naar buiten, erg fris, voor het eerst ’s morgens mijn vest aan. Nog een klein stukje bebouwde kom, dan meteen steil omhoog over een mooi bospad. Na 3 km komen we “boven” aan in Grove, mooi uitzicht.
Een mooie route, veel onverharde wegen door enkele gehuchtjes, in Grove zelf lopen we onder een horreo door. Kort na Grove een oud pad door een zogenaamde holle weg.
Het volgende gehucht waar we door lopen is San Pedro met zijn Capela de San Pedro da Torre, dicht natuurlijk.
Het blijft continu stijgen en dalen over mooie oude weggetjes, 1,5 km verder komen we bij de Capela de San Paio in San Pelayo.
Vanaf hier zie ik Mondoñedo in de vlakte liggen. De eerste km door de buitenwijken is weinig verheffend, maar daarna kom ik door enkele oude straatjes bij de Praza da Catedral, met zijn kathedraal uiteraard.
Alhoewel, kathedraal?
Eerst even op het terras, waar al zo’n 15 tot 20 pelgrims zitten. Tijd voor koffie met een napolitano. Kurt en Debby zeggen me toch voor de lagere en langere variant te kiezen. Die is 4 km langer dan mijn 13 km lange, hoge route, maar de hoge route is veel steiler, overwint veel meer hoogtemeters en heeft het tweede stuk weinig schaduw. En de zon schijnt volop. Toch heb ik er zin in, mijn lijf testen. Bovendien is op beide varianten onderweg niets te krijgen, dus voldoende water meenemen. Debby gaat ondertussen de kathedraal bekijken, maar komt al snel terug. Is nu een museum, nog gesloten, fotograferen en filmen mag niet, wel 2 mooie stempels bij de desk. Dan ga ik die stempels maar halen en beperk mijn bezichtiging verder tot de buitenkant, hier op het terras aan dit mooie plein geniet ik al genoeg. Na een tweede koffie nemen we afscheid, en zoek ik mijn route door Mondoñedo. Volgens de gids zou ik de in de straat gelegde schelpen moeten volgen, maar die ben ik al snel kwijt. Ik zie een bordje “Camino” en volg dat. Dan zie ik al snel Kurt en Debby een stuk beneden mij lopen, mijn weggetje lijkt ook op die weg uit te komen. Shit, verkeerd. Even twijfel ik nog, signaal van boven om niet de hoge te nemen? Maar nee, kom op zeg, ik heb mijn zinnen gezet op de klim, en loop terug. Waar ik bij het bord afgeslagen ben ga ik nu de andere kant op, en dan zie ik de Santuario da Nosa Señora dos Remedios opdoemen, dat is mijn route! Vanaf hier gaat het verder goed en kan ik de duidelijke route-aanduidingen weer volgen. In het gehucht Rego de Cas kom ik langs een oud kruisbeeld.
De eerste 2,5 km na Mondoñedo zijn relatief vlak, maar in Cesuras sla ik linksaf en begint het klimmen. Het wordt steeds steiler, het eerste stuk nog wel in de schaduw maar desondanks zweet ik me rot. Halfweg wordt het opener, minder schaduw, mooi uitzicht.
Voordeel nu de bomen weg zijn is dat de wind vrij spel heeft, en de wind zorgt af en toe voor een heerlijke verkoeling nu ik hoger kom. Verder stop ik vaak voor een kort moment, adempauze en water drinken. Het klimmen valt me echter best mee, ik vorder gestaag, hier boven lopen paarden los die schichtig verdwijnen zodra ik in beeld kom.
Dan heb ik het hoogste punt voor vandaag bereikt, 670 meter, het is 12.50 uur! In iets meer dan een uur heb ik 500 meter hoogteverschil overwonnen, ik ben trots op mijzelf. En ik geniet volop, het is hier zo mooi en zo rustig, ik zie geen enkele andere pelgrim. Enige nadeel is misschien dat er geen enkele geschikte plek is om even te zitten. Uiteindelijk besluit ik tegen een km-paaltje op de grond te gaan zitten voor mijn fruit en kaasjes. Na 20 minuten weer verder, mooie uitzichten wisselen elkaar af.
Eindelijk kom ik iemand tegen, een boer in een auto. Eenmaal op hoogte kent de route nog wat “ups en downs”, ik kom langs een grote stal waar een grote hond tekeer gaat en gelukkig aan de ketting ligt. Het heidelandschap hierboven is erg mooi.
Dan begint de geringe afdaling naar Gontán en Abadín, die beide nog op een hoogte van 500 m liggen. Tegen half 3 kom ik in Gontán langs een terrasje waar Stephan en Josef zitten. Zij zijn vanmorgen in Mondoñedo gestart, hebben ook de hoge route genomen, maar zijn behoorlijk moe, waarschijnlijk nog van de lange wandeldag gisteren zeggen ze. Ik besluit 700 m verder te lopen en ben dan bij Albergue Xabarín in Abadín, waar ik een bed gereserveerd heb. Een zeer vriendelijke dame, Pilar, spreekt Engels, schrijft me in en legt het nodige uit. Zij heeft mij samen met Kurt en Debby ingedeeld in een kamer met 3 stapelbedden (zij hadden bij hun reservering gemeld dat hun amigo Harry hier ook sliep). De toegangsdeuren voor en achter en de slaapkamerdeur werken met een pasje, er zijn 2 mooie badkamers, een grote leefruimte met keuken, en achter een grote tuin met waslijnen. In de keuken staan gratis spullen om te pakken zoals koffie, koekjes. De bedden hebben eigen beddengoed, en we krijgen een grote handdoek. Voor € 15 is dit nagenoeg gelijk aan hostalkwaliteit. Bij de indeling van de kamers schat Pilar de drukte in, zij verdeelt de pelgrims zoveel mogelijk over alle kamers en stouwt niet eerst alle bedden in een kamer vol. Mooi. Dan douchen en buiten kleren wassen, daarna 100 meter verder tegenover elkaar 2 bars/restaurants. Ik ga binnen zitten (uit de warme zon) en beloon mijzelf na deze prachtige, inspannende dag op een grote bier.
Ik bestel er ook een grote ensalada mixta bij, wat vitamientjes kan ik nu wel gebruiken. Aan een andere tafel naast me zijn 4 Spanjaarden gaan zitten, die zojuist bij de bar aan de overkant hun rugzakken en een rolkoffer hebben opgehaald. Wordt dit het beeld voor de komende week, de laatste 120 km, rugzakvervoer?
Met een kop koffie begin ik mijn dagboek bij te werken, dan zie ik Kurt en Debby langs komen. Zij gaan op het terras, zitten, ik schrijf mijn verhaal af en ga dan met een kleine caña bij hen zitten. Ik krijg bericht van Janny, Wouter en Jaleeza hebben een zoon, Riv!
Bij de supermercado haal ik een appel, banaan en water, Debby koopt hier avondeten voor haarzelf, voor in de herberg, omdat het restaurant pas om 19.30 uur opent. Om half 8 lopen Kurt en ik naar het restaurant, maar Debby loopt mee? Zij heeft haar eten al op en hoeft niets meer, maar drinkt wel mee met de wijn die wij bij ons menu krijgen. Voor de rest kijkt zij toe hoe wij een empanada met vlees, en daarna pollo met frietjes wegwerken. Vreemd, kan ze niet een uurtje alleen zijn? Ik merk dat ik me meer aan haar ga ergeren, elke dag hetzelfde verhaal, in de USA kun je overal de hele dag door eten, wat je maar wil, en elke dag wil ze pulpo eten. Ik ga haar de komende dagen meer negeren, heb geen zin in ergernissen.

Terug in de Albergue raak ik in gesprek met een Nederlands echtpaar dat vanaf huis is vertrokken. Van hen krijg ik de tip voor een hostal in Baamonde, omdat ik geen zin heb in het grote klooster daar te overnachten. Ik regel dat meteen op internet, om half 10 naar bed. Wij bezetten de 3 onderbedden, de bovenbedden blijven leeg.

TERUG NAAR VORIGE DAG                         VERDER NAAR VOLGENDE DAG

6 Oktober 2018: Naar Vilalba 21 km

Ik word wakker van enig rumoer op de gang, het is half 8. Kurt en Debby zijn nog stil, ik ga me wassen en aankleden. Ontbijten in de eetzaal met zelf geroosterd brood, het is allemaal prima verzorgd hier.Om 20.25 uur stap ik naar buiten en ga alleen op pad. Het is fris, nevelig, de eerste 2 uren heel licht gemiezer. Te weinig voor de poncho, mijn vest moet dat kunnen hebben. Dit grijze weer geeft toch wel een bijzonder accent aan de morgen, ik vind het niet onprettig.
Al snel ben ik Abadín door en wandel de natuur in, na 2 km kom ik bij een bruggetje over de Río Abadín.
Het is een prachtige route vanmorgen, min of meer parallel aan de autobaan maar er ver genoeg van verwijderd.  Ik kom langs een oude, vervallen horreo dicht bij de autobaan. De boerderij moest ervoor wijken, maar de horreo is beschermd als monument en moest blijven staan. Geen foto, wel op de film. Na de kleine herberg van As Paredes na 6 km kom ik door een mooie oude holle weg.
De route loopt door Castromaior, langs een huis waarvan de bewoner ook iets met de camino heeft.
Kort na Castromaior kom ik langs een oud pelgrimskruis.
Na 9 km moet ik even 150 meter van de route af om bij een pelgrimsbar, Cafe O Barrio te komen. Ik neem 2 bakkies koffie, en een Napolitano. Terwijl ik in gesprek ben met het Nederlands echtpaar dat aangeschoven is aan tafel komen Kurt en Debby binnen, in de poncho. Ik doe mijn vest uit en ga in polo verder, koud is het niet. Een stuk verder gaat het gemiezer over in lichte regen, dan toch maar de poncho aan. Ik ben blij dat ik mijn vest al uitgedaan heb, dat was veel te warm geweest. Bij Martiñan kom ik over de middeleeuwse brug over de Río Batán. Vooraan op de brug zit een of andere alternatieveling op de grond, zelfgemaakte dingen die uitgestald zijn op een houten blad te verkopen. Hij gebaart meteen dat hij niet gefilmd wil worden. Ga dan maar ergens anders zitten zeg ik, ik wil deze brug filmen. In de consternatie vergeet ik een foto van de brug zelf te maken (wel op film), dus alleen de rivier zelf.
Dan wordt het een beetje knijpen, ik moet dringend naar de WC. Gelukkig, in Goiriz even van de route af naar de N-634 waar een bar is. Weer koffie met een chocoladekoek. Ook het Nederlands echtpaar en later Kurt en Debby komen hier binnen, net als de nodige andere pelgrims. na de koffie even hiernaast kijken bij de kerk van Goiriz met bijliggend kerkhof. dat valt op door de grote granieten kruizen die over op de grafmonumenten staan. Dit schijnt te stoelen op het oude Keltische geloof dat deze kruizen het boze afweren.
Eigenwijs als ik ben loop ik niet langs de N-634 verder om een stukje route af te snijden, maar loop ik de 150 meter terug naar de eigenlijke route, die verderop de N-634 kruist. Meteen vanaf de bar heb ik de poncho aangedaan, te miezerig.
Vilalba kom ik binnen over een lange voetgangersbrug, die mij enigszins overdreven aandoet. Zo druk is het hier nou ook weer niet. Daarna is de route even onduidelijk: de schelp op een post wijst met de open kant richting rechts, maar de pijl eronder naar links. Even checken op mijn mobiel, de schelp heeft het goed. Blijkt later te kloppen als ik borden richting Parador zie, mijn herberg is daar in de buurt. Door de Rúa Porta de Cima ga ik door het oude gedeelte, dan rechtsaf naar Albergue As Pedreiras. Vrij nieuw, ik krijg in de ruimte achterin een onderbed toegewezen van 4 stapelbedden, er gaat ook een trap naar boven met andere bedden. Boven mij ligt een Engelsman, die verhuist later echter naar boven omdat daar een bed is vrijgekomen. Elk bed heeft een locker. Ik ga scheren en douchen, de was laat ik maar zitten vandaag, geen druppel gezweet.  Daarna het centrum in, dat stelt weinig voor. De Torre de Andrade is omgebouwd tot Parador.
Een kamer kost hier toch maar € 70; het Nederlands echtpaar kreeg een overnachting kado van hun kinderen. In het centrum ligt ook de Santa Maria-kerk.
Voor de rest kan ik weinig boeiends ontdekken hier. Xoldra Vilalba vind ik een geschikte bar om te vertoeven. Ik bestel croquetas de jamón bij mijn biertje en later nog een Rioja terwijl ik mijn dagboek bijwerk, de route voor morgen lees en wat appjes verstuur. Verder zie ik hier geen enkele andere pelgrim. Een rondje centrum de andere kant op levert ook niets op, wel een stempel bij de toeristeninfo, en een supermercado voor water. Na het rusten op bed keer ik ’s avonds terug naar dezelfde bar, waar ik een grote Griekse salade eet, met tarta de queso na. Tot kwart over 9 zit ik in de huiskamer, maar er is weinig leven, geen bekenden, en ik ben best moe, dus naar bed. De 4 stapelbedden in “mijn” ruimte zijn gevuld met een groep Spanjaarden, 5 vrouwen en 1 man. Vrouwen, dat is meestal gunstig wat gesnurk betreft. Mijn bovenbed blijft leeg, welterusten.

TERUG NAAR VORIGE DAG                         VERDER NAAR VOLGENDE DAG

7 Oktober 2018: Naar Baamonde 19 km

Om 7.30 uur ga ik eruit, ik slaap toch niet meer. Inderdaad weinig gesnurk dus redelijk goed geslapen. Bijzonder is eigenlijk, dat ik deze gehele camino nog niet 1x hoofdpijn heb gehad, ook de Bioforce creme was nog niet nodig. Iets na 8 uur wandel ik naar een bar vlakbij, rustig ontbijten op deze zondagmorgen is er niet bij. Buiten staan de taxi’s, binnen staan de chauffeurs koffie te drinken of iets anders, terwijl op 2 grote schermen de Formule 1 in Japan bezig is, Verstappen ligt 3e. Zoiets kan ik me in Nederland niet voorstellen.
Om 8.40 uur stap ik naar buiten, volg de schelpen in de straat Vilalba uit.
Al snel kom ik op natuurpaden en wordt het mooi wandelen. Het is wel erg fris, dapper loop ik in korte broek, maar met het vest aan, en ik heb koude handen. Kort na Vilalba eerst over de Río Madalena.
Na 2,5 km kom ik in Ponte Rodriguez met zijn gelijknamige middeleeuwse brug.
Over mooie oude holle wegen naar Alba waarna de zon erdoor komt en de blik ineens een stuk weidser wordt.
Het gaat over mooie paden en wegen verder door verschillende gehuchtjes als Carralmaior en Pedrouzos, bij A Torre volgt weer een mooi veldpad voordat ik hier bij Bar Alejandro een pauze kan houden.
Bij de bar zitten enkele pelgrims, waaronder Kurt en Debby, zij waren al vroeg wakker omdat enkele pelgrims al een uur voor het licht wordt op pad gaan. Waar je maar zin in hebt! De route gaat onder de autobaan door en komt dan bij de middeleeuwse brug over de Río Labrada, de Ponte de Saa.
Erg mooi hier, doet me denken aan de bruggen op enkele andere camino’s, een echte caminosfeer hangt hier. Na deze brug is de route duidelijk minder qua natuurschoon, teveel asfaltwegen en weinig dat indruk maakt. Enkele nietszeggende gehuchtjes, bij Pacios een bijzonder gebouwde horreo.
Vlak hierna loop ik Kurt en Debby in de rug, samen lopen we het laatste stuk naar Baamonde. Net na hun herberg zit bar Guerrero met terrasje, hier drinken we samen een biertje. Zij gaan naar de herberg, ik loop door naar de rotonde en daar rechtsaf naar Complejo Ruta Esmeralda, met tankstation, autowasplaats, hostal en restaurant. Op de deur van de hostal staat dat ik me moet melden in het restaurant. Stampvol is het hier, ik wacht 10 minuten tot de gastvrouw vraagt of ik gereserveerd heb. Ja. OK, hier zijn de sleutels, kom straks maar terug voor de rest, het is nu te druk. Voor € 25 krijg ik een kamer met badkamer, prima. Douchen, wasje doen, terug naar het restaurant om wat te eten. Tja, weer wachten tot er een tafeltje vrij is. Ik kies asperges en daarna merluza met frietjes, een fles rode wijn komt op tafel, ik bestel nog een toetje en krijg ook nog koffie, € 12. Ongelooflijk wat een drukte hier, toch bijzonder deze Spaanse eetcultuur. Anders dan bij ons op zondag gezellig ergens een hapje eten, binnen het uur zijn ze uitgegeten en weer weg. Ik zit vlakbij een grote houtoven, waar meerdere soorten vlees en worst op de gril gaan. Niet echt mijn ding.
Na het eten wandel ik terug naar de rotonde, bij Bar A Rotonda aan de overkant drink ik een koffie op het terras en later binnen een biertje, want de wind is mij te koud. Ik kan hier rustig schrijven en lezen. Een auto van Once komt aanrijden, de chauffeur komt binnen, laat de automotor lopen en begint krasloten te verkopen aan een barbezoeker. Dat duurt zeker 10 minuten, de motor blijft gewoon lopen, de bargast krassen. Ergens vind ik dit een treurig tafereel, zoals bekend zijn Spanjaarden bekend op gokken en loterijen, hopend op meer geld en dus levensgeluk? Andere pelgrims zie ik hier trouwens niet. ik ga nog even bij de herberg kijken, maar zie behalve iemand achter de balie niemand. Terug naar mijn hostal, langs de oude kerk van Baamonde.
’s Avonds ga ik eten in het restaurant, een hamburger kaas, ondertussen voetbal kijken op TV. Een Magnum Almond als toetje en koffie na, om 21 uur terug naar mijn kamer. Het is stervenskoud buiten met harde wind. Nog een tijdje mijn E-reader lezen, morgen is een makkie de 15 km tot Miraz.

TERUG NAAR VORIGE DAG                         VERDER NAAR VOLGENDE DAG

8 Oktober 2018: Naar Miraz 15 km

Om 8 uur loop ik naar de bar voor pan tostada (2 grote) met koffie, om 8.40 uur ga ik op pad. Steenkoud, de wind heeft vrij spel op de N-VI, ik krijg enigszins spijt van mijn korte broek, mijn handen stop ik zover mogelijk in de mouwen van mijn vest. Eerst een rotstuk langs deze grote weg, dan linksaf een pad, het spoor over. De route wordt meteen mooi. Ik kom over een oude brug over de Río Parga.
Meteen daarna passeer ik de kapel van San Alberte, midden in een bos.
Rondom de kapel staan meerdere mooie oude kruisbeelden.
De route volgt een stijgend bospad over rotsen, het gaat verder richting Toar.
Eerst nog een breed bospad voordat de route weer op asfaltweg uitkomt, het zou zomaar in de omgeving van Nijmegen kunnen zijn.
In Raposeira staat een horreo op een gigantisch rotsblok, waarvan er trouwens meer blijken te liggen in dit dorp. Lijkt me een prima fundament voor een huis, hoewel lastig voor een kelder.
Verder naar Carballedo over een oud pad. 
Even verder kom ik langs een historische wasplaats.
De pelgrimsbar bij de herberg in Carballedo is dicht, winterstop sinds 1 oktober. We komen langs een pelgrimsrustplaats in de natuur, vlak voor Seixón, maar natuurlijk geen koffie hier.
In Seixón zelf passeren we een blauw huis, muziek klinkt luid, beeldhouwer Francisco Javier Lopez is buiten in zijn halfopen werkplaats aan het werk. Graag zet hij een stempel in onze credencial, en nodigt ons uit in zijn atelier binnen te kijken naar zijn werken.
Ook de herberg in Seixón is gesloten, maandag! Door naar Laguna/Lagoa, waar Albergue A Lagoa met bijbehorend winkeltje en bar met tuin wel open is. Fijne plek voor een koffie, we mogen zelf de herberg in om een stempel te zetten. In de tuin een apart beeld.
Lekker 2x koffie hier. Als we verder lopen ontdekken we nog een pelgrim die er wat versteend bij zit.
Nog maar 2 km naar de herberg in Miraz, eerst passeren we de brug over de Río Parga.
In Miraz lopen we langs de muur van het voormalige landgoed van de Graven van Miraz, met aan het eind de Torre de Miraz.
Miraz is erg klein, een gehucht, aan het eind zit Taberna Ó Abrigo met daarachter Albergue Ó Abrigo. Inchecken, dan naar een slaapzaal waar 6 stapelbedden staan, ik krijg het onderbed van de 1e. Het is pas half een, ik ga eerst terug naar de herberg wat drinken, ondertussen komen Kurt en Debby ook aan. Kurt slaapt hier ook, Debby in de eerdere, Engelse herberg. Maar ze komt hier wat eten en drinken. Na de douche gaat de was in de machine en ga ik een bocadillo eten. Als we terug lopen naar de herberg is er met de wasmachine iets verkeerd gegaan, een programma dat veel te lang draait. De gastvrouw heeft dat inmiddels veranderd en munten bijgegooid, na een half uurtje kan de was eruit en opgehangen worden. Ja, je maakt wat mee als pelgrim!
Tijd voor een grote bier, daarna in de tuin in een grote ligstoel. Voor ik het weet zakken de ogen dicht, bijna een uur liggen dommelen. Even beide kanten van de herberg opgelopen, maar na een kwartier alles al gezien. Om 19 uur terug naar de bar voor het menu, lekker op tijd. Een pastaschotel, daarna kippenbouten met friet en flan na. Niet geweldig allemaal, en waar blijven die groenten! Om 21 uur naar bed, even lezen. Tegen 23 uur komen de 4 Spanjaarden-rugzaktransport binnen, met zaklampen etc. Toeristen!

TERUG NAAR VORIGE DAG                         VERDER NAAR VOLGENDE DAG

9 Oktober 2018: Naar Sobrado dos Monxes 25 km

Sorry, maar dit blijkt een k…dag te worden. Het begint met teveel gesnurk en rumoer afgelopen nacht, dus te weinig slaap. Afijn, mijn laatste nacht in een herberg, vanaf nu eigen kamers. Om half 8 ga ik het bed uit, er zijn al verscheidene pelgrims aan het rommelen in het duister, enkelen zijn zelfs al weg. Ik doe het grote licht aan, die 4 Spanjaarden mogen ook wakker worden en eruit, het is hier een pelgrimsherberg en geen vakantieoord. Het ontbijt in de bar is pan tostada met koffie, minimaal. Om half 9 stap ik naar buiten, en mijn humeur wordt meteen beter. Het is erg fris, maar niet zo koud als gister, en de buitenlicht kikkert me op. Het is licht nevelig en dat geeft een bijzonder mooi sfeertje. Vooral als ik een klein stuk verder de asfaltweg verlaat en links een pad naar de heide opdraai.
Ik ben mijn gebrek aan slaap al vergeten en loop volop te genieten, in mijn eentje nog, geen andere pelgrims in de buurt. Na deze heide volgt eerst een mooi pad afgezet met oude stenen,
dan kom ik op een soort plateau met een heel mystieke sfeer.
Een kwartier later heeft de zon het gewonnen van de nevel, de flarden daarvan hangen nog in het dal,
en het ene mooie beeld na het andere verwondert mijn ogen.
Dit zijn toch de momenten waar ik het als pelgrim en wandelaar voor doe, zo mooi. Dat dringt door tot op het bot!
Natuurlijk kan de boog niet de hele dag gespannen staan. Na 4 km eindigt het mooie traject op een rustige asfaltweg, dan een klein stuk bosweg, vervolgens weer asfaltweg. En dat blijft voorlopig zo, helaas. Weinig bereden, maar toch. Roxica na 10 km zou een mooie plek zijn voor een stop, maar de bar bij de herberg van Elena is niet meer; ik ga het vragen maar nee, alleen nog herberg. De route loopt door de weinigzeggende gehuchten Cabana, Travesa en Marcela waar een bar zou zitten. Je raadt het al, dicht. Volgens de gids komen we dan langs een boerderij die wel eens drankjes aanbiedt, maar nu niet. In een bushokje ga ik even zitten om mijn banaan te eten en een paar minuten rust te nemen. Dat asfalt is extra zwaar aan de voeten, zo voelt het vandaag tenminste wel. 
Weer verder naar het hoogste punt van deze camino op 714 meter, maar het punt zelf stelt niks voor, gewoon over het asfalt van de AC-934. Ik heb bijna 20 km gelopen als er zich in Mesón eindelijk een bar aandient die wel open is, Bar Suso. Dat gaat een lange pauze worden met koffie, empanada Atun, een Napolitano en cola. Kurt en Debby komen ondertussen ook binnen, net als enkele andere pelgrims. Allemaal zuchten en steunen over eindelijk een bar! Na 3 kwartier weer verder over asfalt door enkele dorpjes, dan eindelijk weer eens een onverhard pad.
Tijdens de afdaling naar Sobrado dos Monxes komt het Lago de Sobrado in beeld, even een klein uitstapje maken naar de oever.
Een stukje verder kom ik over de brug van de Río Tambre, en loop dan Sobrado in, met zicht op het klooster.
In het centrum moet ik op de hoofdweg naar rechts voor Albergue Lecer, waar ik een kamer gereserveerd heb. Ik blijk dan bij Albergue Lecer te komen, waar ik inderdaad moet inchecken, de sleutel krijg, en een plattegrondje van het centrum waar mijn kamer ligt. Is in een apart appartementengebouw de andere kant de hoofdstraat in, nog geen 500 meter lopen.Een mooie kamer, de badkamer delen met andere gasten, keuken, groot balkon met waslijnen, prima allemaal. Ik ga gauw douchen en mijn kleren wassen, merk dat ik op mijn grote teen rechts een flinke blaar heb gelopen, Toch te lang doorgelopen op het vele asfalt vandaag. Ik laat het nu zo, morgenochtend verder bekijken. Aan de overkant op een terrasje ga ik koffie en een biertje drinken en schrijfwerk doen, vanaf half 5 kan het klooster bezichtigd worden. Tegen die tijd loop ik door de boog van het klooster Santa María de Sobrado.
Het kerkgebouw ziet er aan de buitenkant uit alsof het wel wat onderhoud zou kunnen gebruiken, het groen heeft zich op meerdere plekken genesteld.
Het klooster bestaat sinds 14 februari 1142, in 1834 wordt het klooster door koninklijk besluit opgeheven. In 1954 begint de restauratie, na een blikseminslag in 1972 wordt de rechtertoren herbouwd. 
Na betaling van € 2 mag ik naar binnen, ik krijg zelfs een Nederlandstalige beschrijving mee. Eerst naar de kloostergang van de peregrinos, waaromheen de slaapruimten voor de pelgrims liggen. De kloostergang dateert uit 1625-1635.
In deze kloostergang ligt een trap, la Maristela, naar de privé-verblijven van het klooster. Via een doorgang
kom ik in de kloostergang van de medaillons, gebouwd in 1741-1744. 
In de 4 buitenhoeken zijn allegorische voorstellingen aangebracht,
en boven de vensters 36 medaillons met busten van heiligen, monniken, koningen etc. 
Nog enkele mooie vertrekken zijn:

kapittelzaal

sacristie

abdijkerk

Het kloostergebouw ziet er aan de buitenkant ook niet echt goed onderhouden uit.

klooster

Na dit indrukwekkende bezoek vinden we tegenover het kloostercomplex een mooi restaurant met leuk terras, Cafetaría Plaza Sobrado, waar we een biertje gaan drinken. In de avond keer ik hier terug, en neem eerst een wijntje op het terras, wachten op Kurt en Debby die naar de Vespers zijn. Samen met Fransman Stefan gaan we rond 20 uur aan tafel, en besluiten een paar schotels met tapas te bestellen: Salmon, Pulpo en Puntillas (soort gefrituurde calamares met uitjes). Het smaakt allemaal uitstekend. We nemen 2 verschillende toetjes, een soort flan van ananas en van banaan, met zijn 2’en delen. Pas na half 10 ben ik terug op mijn kamer. Morgen de laatste dag op de Camino del Norte, in Arzúa kom ik op de Camino Francés.

TERUG NAAR VORIGE DAG                         VERDER NAAR VOLGENDE DAG

10 Oktober 2018: Naar Arzúa 22 km

Lekker bijgeslapen, dat was nodig. Eerst een compeed op mijn blaar, om 8 uur loop ik naar buiten, direct Fransman Stefan tegen het lijf. Ik vraag hem of hij op weg is naar de ontbijtbar? Nee, die verderop is dicht, voor ontbijt moet ik een paar honderd meter terug naar de bar tegenover Albergue Lecer. We nemen afscheid en ik loop terug, mazzel dat ik hem tegenkwam. Bij de bewuste bar een lekker ontbijtje, daarna via een klein straatje Sobrado uit met een terugblik op het indrukwekkende klooster.
Goed weer, helder, fris, net op TV in de bar gezien dat het op Mallorca en in Andalusië noodweer is, tja. Ik loop hier lekker in het zonnetje naast mezelf.
De route is afwisselend over kleine asfaltwegen, bos- en natuurpaden, met mooi uitzicht, gewoon aangenaam wandelen. Ik heb geen last van mijn blaar, het wandelen gaat goed. In de buurt van het gehucht Peruxil een mooie holle weg.
Het is een aaneenschakeling van gehuchtjes, na Vilarchao even klimmen, na Casanova uitzicht op het landschap.
Na 8,5 km kom ik bij Bar Carreira in Corredoiros, Kurt en Debby zitten hier al. Hebben inderdaad geen ontbijt gehad in Sobrado, hier pas. Een Napolitano, de grote chocoladecroissant, bij de koffie smaakt me iedere keer weer goed, een lekker energiehapje. Na de koffie nog een kort stukje door de natuur, met uitzicht,
maar zodra we Boimil inlopen is het gedaan met de pret. Eerst een paar km door de woonwijken van Boimil en Boimorto, waar we vergeefs proberen een stempel bij de Oficina de Turismo te krijgen. De borden staan er nog wel, maar de oficina bestaat al even niet meer. De rest van de route gaat over asfalt, over en door het laaggebergte met boerenbedrijfjes en boerengehuchtjes. Na bijna 14 km komen we in Sendelle waar mogelijk een bar is. Zoals zo vaak, dicht. Wel een aardig kerkje, de Santa María de Sendelle.
Ook in Castro geen restaurant of bar, volgens de gids “unregelmäβig geöffnet”, volgens mij regelmatig gesloten. Verder richting Arzúa over dit soort asfaltwegen.
Wijs geworden door gisteren pak ik mijn kans bij een bushokje, een kwartiertje rust hier en mijn appel eten. Ietsje verder, kort voor Arzúa, geeft een paaltje aan dat het minder dan 40 km is naar Santiago.
Lijkt me iets te weinig, maar goed. Kort voor Arzúa gaat het eerst omhoog, dan lopen we ineens de buitenwijken in. Niet echt spectaculair. Vlak voor we bij de hoofdweg N-547 komen sla ik rechtsaf, Kurt en Debby volgen de route richting hun herberg. Via de Calle del Padre Pardo kom ik in de Calle de Ramon Franco, waar mijn Pension Casa Frade ligt. Een kamer op de 2e etage, met 2 grote bedden en een badkamertje. Simpel maar goed. Snel de rugzak af en het centrum in, hier moet ergens Pizzeria Il Fornaccio zitten. Ik weet die echter niet te vinden, vraag het ergens, dan blijkt dat ik er al langs kwam, maar tot de avond gesloten. Jammer, but I’ll be back! Bij een andere bar bestel een broodje gezond, erg lekker, met een caña erbij.
Terug naar mijn kamer, douchen, wasje doen, buiten voor mijn raam hangt een waslijn, super. Rusten, scheren (was ik eerder vergeten), beneden geregeld dat ik morgen om half 9 ontbijt krijg, en terug het centrum in. Meteen op de hoek van de drukke N-547 zit Debby met enkele Engelse vrouwen te kletsen. Ik bestel een biertje en ga erbij zitten, maar al snel verkas ik naar binnen. Veel te druk buiten, zowel het verkeer als het geklets. Hier binnen kan ik rustig schrijven en lezen, merk toch wel dat ik me het beste voel zo in mijn uppie, of met iemand erbij, maar niet dat massale.

De weersvooruitzichten voor de komende dagen zijn niet best; de lucht begint al te betrekken, dus die regen vannacht zal wel komen. Afijn, 2 weken mooi weer gehad, dus niets te klagen. na dit biertje ga ik een uitgebreid rondje centrum doen, de caminoroute door Arzúa filmen, want morgenochtend sla ik daarvan een stukje over rechtstreeks vanuit mijn pension. Bovendien is het afwachten wat het weer morgen doet. Tjonge, wat een drukte met pelgrims, zelfs nu op 10 oktober! Met grote rugzak, kleine rugzakjes, zonder rugzak, alle soorten komen voorbij. De hele infrastructuur is er op ingericht: talrijke bars en restaurants, wasserijen, zelfs nog een internetcafé. Ik scoor hier ook mijn recordprijs in een supermercado, € 0,20 voor een 1,5 literfles water. In een rustig stukje langs de camino, uit de inmiddels frisse wind nestel ik mij met een koffie op het terras, langslopende pelgrims observeren. 
Even langs de toeristeninfo voor een stempel, maar veel te druk daar. Op de kamer mijn camelbag alvast bijgevuld en de compeed op mijn teen bijgewerkt, was losgegaan. Om 18.45 uur meld ik me bij Il Fornaccio, eerst een glas Rioja op het terras.
Kurt komt langs, ik vraag of hij zin heeft samen pizza te eten. Doen we, we nemen samen een grote Pizza Diavola en een fles wijn,
Kurt is duidelijk ook een liefhebber van het bourgondische. Ik neem een panna cotta na, als we het straatje uitlopen richting herberg en pension zien we Debby ergens binnen zitten. We gaan naar binnen, even kletsen en een kop koffie drinken. Komt een van de 4 Spanjaarden alias rugzakvervoerders binnen met 2 flessen wijn. Gekocht voor in de herberg, maar geen kurkentrekker. Hij vraagt de barman om de flessen voor hem open te maken, en Debby krijgt hier alvast een glaasje. De barman vertrekt geen spier. Ja, je maakt wat mee als pelgrim! Terug op mijn kamer ga ik nog even lezen tot de slaapimpuls komt, morgen de drukte in van de Camino Francés.

TERUG NAAR VORIGE DAG                         VERDER NAAR VOLGENDE DAG

11 Oktober 2018: Naar Pedrouzo 19 km

Prima nachtrust gehad, vannacht heeft het wel flink geregend, nu is het droog. Het ontbijt is prima, wat uitgebreider dan normaal. Als ik om 9.15 uur naar buiten loop regent het heel licht, toch maar de poncho aan. Na 200 meter kom ik op de Camino Francés, en rits in in de stoet pelgrims, het lijkt wel of er honderden op pad zijn, zelfs nu nog op 11 oktober! Sommigen zijn niet vooruit te krijgen, ook al tekent zich onder hun poncho een minimaal rugzakje af. De route is wel mooi, kan ik me van 2 jaar geleden nog herinneren. In de buurt van Pregontoño door een oude holle weg.
Na 5 km kom ik in Tabernavella waar de Duitse Heidi een kleine herberg met bar heeft, nu nog dicht. Mijn poncho doe ik uit, veel te warm, en slechts af en toe wat spikkels. Mocht iemand eraan twijfelen dat het wel meevalt met de drukte, of bang zijn dat ik alleen loop:
ik krijg alweer het 4daagsegevoel, alleen was het weer toen beter.
In Calle kom ik bij de bekende bar waar ze het terras/biergarten hebben opgefleurd met talrijke lege flessen.
Ik besluit door te lopen tot de bar in Boavista, waar het behoorlijk druk is. Gelukkig net binnen een plekje vrij voor koffie met een broodje, en een stempel. Voor ik verder ga rits ik eerst mijn broekspijpen eraf, te warm. Als ik om half 12 verder loop blijken de meeste pelgrims nog in vol regenornaat te lopen, sommigen zelfs met een dikke jas en handschoenen aan!
Het lopen gaat vlot, de klimmetjes stellen niet zoveel voor en gaan goed. Ik loop de drukte bij de bars in Salceda voorbij, waarna het ineens een stuk rustiger is op de camino. Door een eucalyptusbos bij Empalme,
een pad bovenlangs de N-547. Ik besluit aan de rechterkant te blijven zoals de gids adviseert, en Santa Irene voorbij te lopen. Nog maar 3 km tot Pedrouzo, Na 2 km kom ik bij de splitsing waar de camino de N-547 oversteekt en door het bos boven Pedrouzo langs loopt. Ik ga hier naar links langs de N-547 om een km verder in Pedrouzo uit te komen. In het begin van het centrum zit CH Pizza, ik besluit als lunch een Pizza Chorizo te eten, met een biertje erbij, het is half 2. Iets verder staat al een routebordje naar mijn Pension 23, waar ik om half 3 incheck; kamer op de 1e etage aan de achterkant, met weids uitzicht, gedeelde badkamer tegenover. Douchen, mijn laatste wasje doen, rusten, de pizza ligt me zwaar op de maag.

Om 16.15 uur ga ik het centrum verkennen, dat is snel bekeken. De meeste terrassen liggen in de schaduw waar het best fris is, met mijn vest aan is het bij Bar/Restaurant Galaicos wel te houden. Ik drink een koffie en een flesje prikwater om mijn maag rustig te krijgen. Terwijl ik de routegids lees komt Kurt langs, we zoeken een terrasje met zon en gaan daar een biertje drinken. Hij slaapt in herberg REM, kort voor mijn pension. We spreken af vanavond rond half 8 ergens te gaan eten. Dat wordt bij Pulpería CHE4, maar echt trek heb ik niet. Ik laat het bij een bord calamares, Kurt neemt een groot bord pulpo. Met een fles huiswijn en wat flesjes prikwater gezellig gegeten, het is erg druk hier, ondertussen is Wales-Engeland begonnen. Tegen half 10 gaan we terug naar onze slaapplek. Ik neem een Rennie voor de maag, de 1e keer deze camino, en kijk tot de rust naar het voetbal, Spanje staat inmiddels 5-0 voor. Morgen de laatste dag!

TERUG NAAR VORIGE DAG                         VERDER NAAR VOLGENDE DAG

12 Oktober 2018: Naar Santiago 21 km

Om 7.15 uur is er al veel rumoer op mijn etage, ik moet plassen, dus opstaan. In de kamers naast me blijken twee oudere dames te hebben geslapen, met giga rolkoffers zijn ze in de weer met de lift naar beneden. Ik moet eerst een klein stukje terug de hoofdstraat in voor een ontbijtbar. Over dat ontbijt doe ik zo rustig mogelijk, nadeel van deze periode is, dat het ’s ochtends laat licht wordt en ’s avonds weer vroeg donker. Het liefst ga ik wandelen als het rond 6 uur licht wordt. Op de kruising met het stadhuis sla ik de route in naar de camino, goed met pijlen aangegeven. Achteraf had ik dat direct kunnen doen, ook op dit stuk in Pedrouzo zijn al 2 bars open voor ontbijt. Eenmaal Pedrouzo uit is het toch wel aardig donker in het bos, op de film is dat goed te zien.
Na dit eucalyptusbos wordt het opener naar San Antón, achter me komt zelfs de zon er even door.
De kant waar ik heen moet ziet er echter veel dreigender uit. Ik loop even op met een Zuid-Koreaanse, gestart in Saint-Jean-Pied-de-Port, kwam om 19 uur in Roncesvalles aan en sliep toen in het hotel omdat de rest vol was. Om 5 weken de camino te kunnen doen moest ze ontslag nemen, omdat ze in Zuid-Korea niet zolang vrij kunnen krijgen. Na de camino gaat ze weer werk zoeken, ze is verpleegster, dus ze heeft goed hoop. Na San Antón loop ik weer eens door een mooie oude holle weg.
Vlak bij het vliegveld van Santiago kom ik bij een modern pelgrimsbeeld.
Niet veel verder trek ik toch de poncho maar aan, het gaat teveel regenen. Het pad van de camino loopt pal langs het vliegveld.
Nog geen 5 minuten later kom ik in San Paio bij Casa Porta de Santiago, stampvol met natte pelgrims. Gelukkig komt er net een stoel aan een tafeltje vrij, zodat ik hier rustig mijn koffie kan drinken. Een stempel krijg ik hier niet, een van mijn collega-pelgrims heeft de stempel geleend maar niet terug gebracht, foetsie dus. Na de koffie vertrek ik zonder poncho, maar nog geen kwartier later gaat het te hard regenen, jammer. Weinig verder loop ik Lavacolla in, kom langs de kerk,
en meteen daarna over een bruggetje waar 2 beken in elkaar vloeien. Nog een uur lopen, ik kom aan bij Monte do Gozo, het regent inmiddels behoorlijk. Toch besluit ik hier zo’n 400 meter van de route af te gaan, langs het monument tere ere van het pausbezoek begin jaren 90, op weg naar het pelgrimsbeeld. Twee keer eerder was ik in Monte do Gozo, de berg van de vreugde, maar nog nooit bij dit pelgrimsbeeld.
Dat maakt toch indruk op me, vanaf hier keken de pelgrims vroeger over de stad uit en zagen de kathedraal liggen. Dat laatste is vandaag wat moeilijker, niet alleen door de vele nieuwere bebouwing ervoor, maar vooral door het grijze weer. Ik ben toch blij dat ik ondanks dit natte weer de moeite heb genomen hierheen te gaan.
Terug naar de camino, de regen sopt via mijn natte broek en sokken in mijn schoenen, en via de kraag van mijn poncho naar binnen, mijn polo wordt kletsnat. Eigen schuld, ik heb de capuchon niet opgedaan, het kan me ook weinig schelen, de laatste dag mag alles nat worden. In een rap tempo loop ik door de oninteressante straten van de buitenwijken, tot ik vlak voor het betreden van de oude binnenstad via de Porta de Camino mijn naam hoor roepen; Kurt komt in de deuropening van een bar! Even naar binnen, kletsen, een witte Albariño drinken op onze aankomst, al staand, want er is geen zitplek vrij. Samen lopen we de oude stad binnen, via de Praza de Cervantes naar rechts richting kathedraal, de mij zo bekende trappen af naar de Praza do Obradoiro. Kurt is hier voor het eerst en onder de indruk, ondanks het rotweer. Onder de bogen van het stadhuis tegenover de kathedraal schuilen we, en maken foto’s van onszelf.
Iemand maakt met de mobiel een foto van ons samen.

Mijn 5e aankomst in Santiago, toch weer een hele belevenis. Een half jaar geleden stond ik hier met Janny, het voelt allemaal heel erg vertrouwd. Dan lopen we naar de Rúa do Vilar, ik om in hotel Rúa Villar de sleutel van Pension Nova te halen, Kurt voor de toeristeninfo in deze straat. De dame van de receptie is erg aardig, ondanks mijn gedrup. Snel naar de kamer, natte zooi uit en warm douchen, de laatste keer mijn onderbroek wassen. De kamer is erg klein, weinig plek om natte spullen te drogen, dat zal niet meevallen met dit weer.
Daarna ga ik in de regen, met blote voeten in sandalen, eerst een goedkope paraplu kopen en iets verder naar A Taberna do Bispo in de Rúa do Franco om enkele tapas te eten: Lagostinos al ajillo, crocante de queso Brie en Pate de Iberico, onder het genot van een Albariño. Als postre pudding de coco en koffie. Zo, de toon is gezet. Bij het pelgrimsburo is het erg druk, ik ga morgenochtend wel terug. Aan mijn plu heb ik weinig, het waait te hard, dus óf de regen slaat er onderdoor, óf de plu klapt binnenste buiten. Terug naar de kamer, het regent te hard, mijn grijze broek is al weer aardig nat geworden.

Ik heb met Kurt via app afgesproken elkaar rond 20 uur te treffen bij de bogen van het stadhuis. Om 19 uur loop ik alvast naar de kathedraal om te kijken hoe druk het hier is op dit tijdstip.
De voorgevel ziet er na de restauratie weer mooi uit, in april was de helft nog in de steigers. Jacobus is bovenin weer helder aanwezig.
We besluiten naar tapasbar Petiscos do Cardeal te gaan. Erg goed gegeten hier, en gezellig gezeten, aardige bediening. Even kort twee Belgische dames gesproken aan een tafel naast ons, zij zijn met de fiets vanuit Brussel naar Santiago gekomen. Daarna neem ik Kurt mee naar Café The Bistro in de Rúa do Vilar, voor een afsluitende koffie met een neutje. De komende dagen zullen we waarschijnlijk ieder ons eigen plan trekken, Kurt gaat zondag met de bus naar Finisterre. Ik loop nog even naar de kathedraal voor een blik bij avond, het blijft een mooi gezicht.
Betrekkelijk rustig op het plein, La Tuna gaat niet spelen. Nog 2 avonden kans daarop. 
Vanavond sluit ik hier mijn camino als pelgrim af, de komende dagen loop ik hier meer als toerist rond.

13, 14 en 15 oktober.
Bij bar la Botafumeiro ga ik ontbijten, daarna loop ik naar het pelgrimsburo. Na ongeveer 20 minuten wachten krijg ik mijn compostela, het is inmiddels half 10 geweest, naar de Huiskamer van het NGSJ ga ik later wel. Ik breng mijn credencial en compostela naar mijn kamer en wandel naar El Corte Inglés. Hier steek ik mezelf in het nieuw met jeans, overhemd en schoenen, en een grote, stevige plu. Weliswaar is het nu droog, maar er komt meer regen aan. De rest van de dag maak ik meerdere rondjes door het centrum, alles nog eens rustig bekijken. Meerdere plekken voor een kop koffie, bij Bierzo Enxebre eet ik tussen de middag een menu, maar in tegenstelling tot het enthousiasme in mijn Duitse gids ben ik niet onder de indruk.
’s Middags komt de zon er zelfs door, met een vest aan zit ik eerst een tijdlang op de stenen banken van de Praza da Quintana, daarna op het terras daar. Er valt veel te zien, toeristen en pelgrims vooral.
’s Avonds ga ik terug naar Petiscos do Cardeal en geniet wederom van de gastvrijheid en de heerlijke tapas. Niet van de menukaart bestellen, maar gewoon met de ober meelopen naar de vitrinebar vooraan en aanwijzen. Ik sluit af op het terras van Casa das Crechas in de Via Sacra. Het is weer gaan regenen, tijd om naar mijn kamer te gaan.

Zondagochtend regent het nog steeds, ik ga om de hoek ontbijten bij Casa da Balconada. Geleidelijk aan wordt het wat droger, om half 11 kom ik langs de ingang van de kathedraal aan de Praza das Praterías. Het hele weekend is het al druk in Santiago, mede door de feestdag van 12 oktober (vanwege de ontdekking van Amerika door Columbus), en bij de ingang staat nu al een hele rij voor de mis van half 1. 
Dit is de enige ingang, de Portica de la Gloria bovenaan de trappen aan de Praza do Obradoiro is dicht, en de deuren aan de Praza da Inmaculada dienen enkel als uitgang. Vanwege beveiliging of onderhoud, ik weet het niet.

Na de lunch ga ik terug naar mijn kamer, dan schiet me ineens te binnen dat ik de Huiskamer vergeten ben. Aangezien ik geen heibel met Chris Strijbos wil ga ik nu meteen, het is inmiddels kwart over twee. In de Huiskamer worden net 2 pelgrims uitgezwaaid, er zitten nog een echtpaar en twee jongedames. Ik haak aan en schrijf alvast mijn naam in het register, omdat het toch pal voor mijn neus ligt. Nummer 2217 meen ik, in april waren we 98 en 99. Een half uur kletsen met de 2 meiden uit Uden, zijn op de fiets vanuit huis vertrokken. In Logroño bedachten ze, dat ze lopend meer contact met andere pelgrims zouden krijgen. Dus stuurden ze de fietsen en wat bagage terug naar huis en zijn verder gaan wandelen, heel apart! Als ze daarna hun namen in het register schrijven zegt er een, “ik ken ook een Rullmann, uit Nijmegen, Marlies heet ze”. Stik, das mijn dochter, zeg ik. Nou zeg, studiegenootjes op Artez, af en toe nog contact met elkaar. Ik herinner me nu dat Marlies mij voor mijn vertrek vertelde van iemand die zij kende, die onderweg was. Maar daaraan had ik totaal niet meer gedacht. Dat ik Wies uitgerekend vanmiddag hier moet zien, dat is toch geen toeval dat ik gisteren finaal vergeten ben naar de Huiskamer te gaan???

Met Wies en haar zus uit Uden, studiegenote van Marlies

Van de ingang van het Colexio de San Xerome (universiteitsgebouw?) maak ik foto’s van de mooie ingang,
met in de linkerboog een beeldengroep met Jacobus.
Voor het avondeten een wandeling door het park Alameda met mooi uitzicht op de kathedraal. Voor de 3e keer naar Petiscos do Cardeal waar ik geen spijt van heb. Op de Praza das Praterías is ’s avonds een spektakel aan de gang met vuurblazers.
Ik heb geluk, een kleine bezetting van La Tuna komt om 22 uur spelen onder de bogen. Helaas weinig belangstelling, te koud, wel droog. Na 3 kwartier is het gedaan en ga ik terug naar mijn kamer.

Maandagmorgen regent het weer. Bij Casa da Balconada ga ik weer ontbijten, daarna de rugzak halen en naar de Praza de Galicia voor de bus naar het vliegveld. Ik heb een vroege bus, of eigenlijk een late; deze heeft 15 minuten vertraging, vandaar dat ik meteen mee kan. Zoals gewoonlijk gaat inchecken vlot, ruim tijd voor een koffie. De vlucht gaat voorspoedig, rond 15 uur landen en een uur later in de Intercity naar Nijmegen. Dan nog de bus naar huis, en even na 18 uur ben ik thuis, weer bij Janny. Veel gezien, veel beleefd, fijn om weer thuis te zijn. Deze camino is mij uitstekend bevallen, ik heb er in ieder geval de drive aan over gehouden volgend jaar weer iets te ondernemen. Met weemoed denk ik terug aan het mooie Santiago.

TERUG NAAR VORIGE DAG                         TERUG NAAR BEGIN

Het Jacobspad Limburg, inleiding

Het Jacobspad Limburg is een Nederlandse pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. De route loopt van Millingen aan de Rijn naar Eijsden tot aan de grens met België, waar hij vervolgd kan worden met de Via Mosana via Luik naar Namen. Enkele trajecten lopen door Duitsland, één traject door België. De totale route is 220 km lang en wordt beschreven in een Nederlandstalig boekje dat in 2004 is verschenen. Omdat enkele trajecten door Duitsland lopen, is in samenwerking met het Landschaftsverband Reinland ook een Duitstalige versie verschenen, die in 2008 geactualiseerd is. Om die reden gebruik ik de Duitse gids:
Op de website van de Stichting Jacobswegen naar St. Jacob is alle benodigde informatie voor het wandelen van deze camino te vinden. Van alle trajecten vind je geactualiseerde routebeschrijvingen, te downloaden als PDF, maar ook de GPX-tracks van elke etappe. Zeer handig om op je mobieltje te hebben, ik gebruik ViewRanger om onderweg een GPS-route te raadplegen als ik twijfel of ik nog goed ga. Ook is er een lijst met stempeladressen. Bij de stichting kun je namelijk een speciaal pelgrimspaspoort kopen:
Als je hierin minstens 12 stempels verzameld heb van de doorkomstplaatsen kun je bij de stichting een oorkonde bestellen. Zelf vind ik belangrijker dat deze camino mij veel laat zien van het stuk Nederland tussen woonplaats Nijmegen en onze zuidgrens, een gebied waardoor we meestal met de auto snel op weg gaan naar het zuiden.

Ik heb voor mijn Jacobspad Limburg het volgende etappeschema gehanteerd:

DATUM VAN NAAR  KM
1 aug. 2018 Millingen a/d Rijn Kranenburg 16
10 aug. 2018 Kranenburg Goch 23
27 aug. 2018 Goch Kevelaer 21
28 aug. 2018 Kevelaer Straelen 30
29 aug. 2018 Straelen Steyl 19
15 sep. 2018 Steyl Roermond 21
16 sep. 2018 Roermond Maaseik 28
17 sep. 2018 Maaseik Sittard 17
18 sep. 2018 Sittard Houthem/St. Gerlach 23
19 sep. 2018 Houthem/St. Gerlach Maastricht 14
19 sep. 2018 Maastricht Eijsden 11

Door op de datum te klikken kom je direct bij mijn verslag van die etappedag, incusief foto’s.

Film van deze camino.

1 Augustus 2018: Van Millingen a/d Rijn naar Kranenburg 16 km

Na een succesvolle 4daagse van Nijmegen heb ik zin gekregen om het Jacobspad Limburg te gaan wandelen. De bedoeling is te starten op 1 augustus en in één keer door te gaan, diverse slaapplaatsen zijn al geregeld. Maar de zomer van 2018 dendert door, het dreigt zeer warm te worden. Woensdag 1 augustus loopt vriend Ad Lelivelt mee naar Kranenburg, we hebben een van de eerste bussen van Nijmegen naar Millingen a/d Rijn, vandaag zal de temperatuur al naar de 28º gaan. Ad waarschuwt mij al voor volgende week dat het mogelijk 37º á 38º zal worden. Shit. De bedoeling was vandaag naar Kranenburg wandelen, met de bus naar huis, morgen weer met de bus naar Kranenburg en door naar Goch, en met het OV weer naar huis. Voordeel van wonen in Nijmegen. We besluiten af te wachten hoe het vandaag gaat en dan een beslissing te nemen voor de volgende etappes.

De start is bij koffiehuis De Gelderse Poort aan de Rijndijk, waar je ook een stempel kunt krijgen. Maar niet om half 8 ’s morgens, dus die stempel heb ik al eerder geregeld. We slingeren van de Rijndijk af een stukje door het centrum, om een eind verder weer op de dijk uit te komen. We zien vanaf de dijk al snel de Pannerdensche Kop, waar de Waal zich afsplitst van de Rijn, aan de overkant ligt Fort Pannerden. Achtereenvolgens belopen we de Rijndijk, de Millingse Bandijk, de Duffeltdijk en de Kapitteldijk. Lang houden we uitzicht op de rivier en de uiterwaarden, we lopen hoog, mijden de bebouwde kom van dorpen zoals Kekerdom en Leuth, en de zon wordt steeds warmer. Na 2,5 uur krijgen we wel erg veel zin in koffie, en we besluiten de gok te wagen en in een bocht van de Kapitteldijk (na Leuth) de route tijdelijk te verlaten. Hier moeten we eigenlijk oversteken en de “Hauptwässerung” via een klein sluisbruggetje oversteken op weg naar Zyfflich. Als we echter het fietspad langs de kapitteldijk volgen komen we bij de Thornsche Molen. We hebben geluk, ze zijn net begonnen het terras open te stellen, een kwartier te vroeg, maar een kop koffie maken ze graag voor ons.
Als we het terras aan de andere kant weer verlaten komen we ook bij het sluisbruggetje van de route uit:Tot nu toe kennen we elke meter van de route, we hebben hier al zo vaak gewandeld en gefietst. Ik weet al dat ook de rest tot Kranenburg geen verrassingen zal opleveren, dat stuk heb ik al eens gelopen. We zijn ook tot de conclusie gekomen dat wij het inderdaad te warm vinden om te wandelen, zeker met een grote rugzak. Ik moet gewoon accepteren dat wandelen in warme omstandigheden me moeilijker afgaat dan enkele jaren geleden, vorig jaar in Italië overviel me dat ook al. De combinatie van afzien in de warmte én de overbekende omgeving maken, dat ik niet zo ten volle geniet van de natuur als ik verwacht had. Hoewel ik ervan overtuigd ben, dat deze omgeving voor onbekenden een weldaad moet zijn.
In Zyfflich is er een rustmogelijkheid bij Haus Polm, maar op woensdag gesloten. Op deze etappe is het goed te plannen welke dag je loopt, en welke rustmogelijkheden er dan geopend zijn. Vanaf Zyfflich lopen we de wat saaie Häfnerdeich tot de drukke B9 die we oversteken naar Wyler. Een stukje klimmen tot aan het mooie kerkje St. Johannes, gelegen op een mooi stil plekje. Vanaf Wyler lopen we langs de Kranenburger Bach tot aan Kranenburg, de route eindigt bij de St. Peter und Paulkirche in het oude stukje Kranenburg. In de kerk staat een stempel met kussen, zodat de pelgrim hier zelf zijn pelgrimspaspoort kan stempelen. Mooi.
We kunnen snel de bus terug naar Nijmegen te nemen, gewoon met je Nederlandse OV-kaart inchecken! In het centrum van Nijmegen sluiten we vandaag af met een verfrissing, de rest van Jacobspad Limburg zal moeten wachten tot koelere weersomstandigheden. 

VERDER NAAR DAG 2                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA