Het Jacobspad Limburg, inleiding

Het Jacobspad Limburg is een Nederlandse pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. De route loopt van Millingen aan de Rijn naar Eijsden tot aan de grens met België, waar hij vervolgd kan worden met de Via Mosana via Luik naar Namen. Enkele trajecten lopen door Duitsland, één traject door België. De totale route is 220 km lang en wordt beschreven in een Nederlandstalig boekje dat in 2004 is verschenen. Omdat enkele trajecten door Duitsland lopen, is in samenwerking met het Landschaftsverband Reinland ook een Duitstalige versie verschenen, die in 2008 geactualiseerd is. Om die reden gebruik ik de Duitse gids:
Op de website van de Stichting Jacobswegen naar St. Jacob is alle benodigde informatie voor het wandelen van deze camino te vinden. Van alle trajecten vind je geactualiseerde routebeschrijvingen, te downloaden als PDF, maar ook de GPX-tracks van elke etappe. Zeer handig om op je mobieltje te hebben, ik gebruik ViewRanger om onderweg een GPS-route te raadplegen als ik twijfel of ik nog goed ga. Ook is er een lijst met stempeladressen. Bij de stichting kun je namelijk een speciaal pelgrimspaspoort kopen:
Als je hierin minstens 12 stempels verzameld heb van de doorkomstplaatsen kun je bij de stichting een oorkonde bestellen. Zelf vind ik belangrijker dat deze camino mij veel laat zien van het stuk Nederland tussen woonplaats Nijmegen en onze zuidgrens, een gebied waardoor we meestal met de auto snel op weg gaan naar het zuiden.

Ik heb voor mijn Jacobspad Limburg het volgende etappeschema gehanteerd:

DATUM VAN NAAR  KM
1 aug. 2018 Millingen a/d Rijn Kranenburg 16
10 aug. 2018 Kranenburg Goch 23
27 aug. 2018 Goch Kevelaer 21
28 aug. 2018 Kevelaer Straelen 30
29 aug. 2018 Straelen Steyl 19
15 sep. 2018 Steyl Roermond 21
16 sep. 2018 Roermond Maaseik 28
17 sep. 2018 Maaseik Sittard 17
18 sep. 2018 Sittard Houthem/St. Gerlach 23
19 sep. 2018 Houthem/St. Gerlach Maastricht 14
19 sep. 2018 Maastricht Eijsden 11

Door op de datum te klikken kom je direct bij mijn verslag van die etappedag, incusief foto’s.

Film van deze camino.

1 Augustus 2018: Van Millingen a/d Rijn naar Kranenburg 16 km

Na een succesvolle 4daagse van Nijmegen heb ik zin gekregen om het Jacobspad Limburg te gaan wandelen. De bedoeling is te starten op 1 augustus en in één keer door te gaan, diverse slaapplaatsen zijn al geregeld. Maar de zomer van 2018 dendert door, het dreigt zeer warm te worden. Woensdag 1 augustus loopt vriend Ad Lelivelt mee naar Kranenburg, we hebben een van de eerste bussen van Nijmegen naar Millingen a/d Rijn, vandaag zal de temperatuur al naar de 28º gaan. Ad waarschuwt mij al voor volgende week dat het mogelijk 37º á 38º zal worden. Shit. De bedoeling was vandaag naar Kranenburg wandelen, met de bus naar huis, morgen weer met de bus naar Kranenburg en door naar Goch, en met het OV weer naar huis. Voordeel van wonen in Nijmegen. We besluiten af te wachten hoe het vandaag gaat en dan een beslissing te nemen voor de volgende etappes.

De start is bij koffiehuis De Gelderse Poort aan de Rijndijk, waar je ook een stempel kunt krijgen. Maar niet om half 8 ’s morgens, dus die stempel heb ik al eerder geregeld. We slingeren van de Rijndijk af een stukje door het centrum, om een eind verder weer op de dijk uit te komen. We zien vanaf de dijk al snel de Pannerdensche Kop, waar de Waal zich afsplitst van de Rijn, aan de overkant ligt Fort Pannerden. Achtereenvolgens belopen we de Rijndijk, de Millingse Bandijk, de Duffeltdijk en de Kapitteldijk. Lang houden we uitzicht op de rivier en de uiterwaarden, we lopen hoog, mijden de bebouwde kom van dorpen zoals Kekerdom en Leuth, en de zon wordt steeds warmer. Na 2,5 uur krijgen we wel erg veel zin in koffie, en we besluiten de gok te wagen en in een bocht van de Kapitteldijk (na Leuth) de route tijdelijk te verlaten. Hier moeten we eigenlijk oversteken en de “Hauptwässerung” via een klein sluisbruggetje oversteken op weg naar Zyfflich. Als we echter het fietspad langs de kapitteldijk volgen komen we bij de Thornsche Molen. We hebben geluk, ze zijn net begonnen het terras open te stellen, een kwartier te vroeg, maar een kop koffie maken ze graag voor ons.
Als we het terras aan de andere kant weer verlaten komen we ook bij het sluisbruggetje van de route uit:Tot nu toe kennen we elke meter van de route, we hebben hier al zo vaak gewandeld en gefietst. Ik weet al dat ook de rest tot Kranenburg geen verrassingen zal opleveren, dat stuk heb ik al eens gelopen. We zijn ook tot de conclusie gekomen dat wij het inderdaad te warm vinden om te wandelen, zeker met een grote rugzak. Ik moet gewoon accepteren dat wandelen in warme omstandigheden me moeilijker afgaat dan enkele jaren geleden, vorig jaar in Italië overviel me dat ook al. De combinatie van afzien in de warmte én de overbekende omgeving maken, dat ik niet zo ten volle geniet van de natuur als ik verwacht had. Hoewel ik ervan overtuigd ben, dat deze omgeving voor onbekenden een weldaad moet zijn.
In Zyfflich is er een rustmogelijkheid bij Haus Polm, maar op woensdag gesloten. Op deze etappe is het goed te plannen welke dag je loopt, en welke rustmogelijkheden er dan geopend zijn. Vanaf Zyfflich lopen we de wat saaie Häfnerdeich tot de drukke B9 die we oversteken naar Wyler. Een stukje klimmen tot aan het mooie kerkje St. Johannes, gelegen op een mooi stil plekje. Vanaf Wyler lopen we langs de Kranenburger Bach tot aan Kranenburg, de route eindigt bij de St. Peter und Paulkirche in het oude stukje Kranenburg. In de kerk staat een stempel met kussen, zodat de pelgrim hier zelf zijn pelgrimspaspoort kan stempelen. Mooi.
We kunnen snel de bus terug naar Nijmegen te nemen, gewoon met je Nederlandse OV-kaart inchecken! In het centrum van Nijmegen sluiten we vandaag af met een verfrissing, de rest van Jacobspad Limburg zal moeten wachten tot koelere weersomstandigheden. 

VERDER NAAR DAG 2                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA

10 Augustus 2018: Van Kranenburg naar Goch 23 km

Deze vrijdag pak ik de draad weer op, het is koeler, prima wandelweer. Met de fiets naar Nijmegen CS, daar de bus naar Kranenburg, en om 8.15 uur sta ik weer voor de St. Peter und Paulkirche in Kranenburg om naar Goch te lopen. Na overigens eerst een bakkie koffie bij Bäckerei Derks te hebben gedronken, wetende, dat de volgende gelegenheid lang zal duren.
De route loopt door een mooi stukje oud Kranenburg, ik kom langs het oude station van Kranenburg, gelegen aan het opgeheven spoorlijntje Nijmegen-Kleve. Nu nog in gebruik als restauratie langs de draisinebaan van Groesbeek naar Kranenburg. Door de velden gaat het geleidelijk omhoog richting Reichswald, dat ik al snel binnen wandel. Leuk, met het meer onbekend worden van de route stijgt mijn enthousiasme. In een bos is het vaak lastig een route duidelijk aan te geven, maar met de beschrijving van de website en de aanduidingen onderweg – de vertrouwde sticker van een gele Jacobsschelp op blauwe ondergrond en de X7 – is dit gemakkelijk te doen. Mooie stukken door het Reichswald, met doorkijkjes over velden richting Frasselt. Dan steek ik de B504 over en volgt een lang recht stuk, enigszins klimmend, tot aan een verkeersweg. Hier wijk ik even van de route af naar rechts naar de ingang van de Britse erebegraafplaats:
Hier liggen 7.654 gesneuvelde militairen, 706 uit Canada, de overigen Brits, waaronder bijna 4.000 vliegers. De meesten gesneuveld tijdens de Reichswaldschlacht van 8 – 13 februari 1945. Indrukwekkend om te zien, en keurig onderhouden. Het Reichswald is sowieso een gebied waar veel getuigt van de heftige strijd die hier plaatsgevonden heeft. Mooie plek om even een boterhammetje te eten en de gedachten te laten wegdwalen naar tijden, die ik gelukkig alleen uit verhalen ken.
Terug naar de route, om de begraafplaats heen rechtsaf, en dan een zeer lang recht stuk door het bos. Al dat bos begint enigszins saai te worden, al die bomen gaan wel erg veel op elkaar lijken, hoewel de rust hier zeer weldadig aandoet. Dan daal ik af naar de Niersvallei en opent het landschap zich, het kerkje van Kessel doemt voor mij op:
Via een bruggetje steek ik de Niers over:
en aan de andere kant loop ik langs dit riviertje tot Landgoed Graefenthal. Het is inmiddels bijna 12 uur dus ik hoop dat er daar een bakkie koffie te krijgen is.
Klooster Graefenthal stamt uit de 13e eeuw; in het jaar 1248 stelt Otto von Geldern de cisterciënzerzusters uit Roermond een filiaalklooster ter beschikking. In de loop der tijd is veel verbouwd aan het complex, maar de 1,3 km lange muur eromheen en de toegangsbrug over de gracht naar het 18e eeuwse poorthuis zijn erg mooi. In de gigantische binnentuin is publiek in afwachting van een bruidspaar, een eindje verderop is in een oud gedeelte van het pand een café met fijn terras, de koffie met een stukje taart smaken uitstekend. Hier krijg ik ook een mooie stempel voor mijn pelgrimspaspoort. Als ik terug loop door de toegangspoort om mijn route te vervolgen komt net het bruidspaar aangereden in de open rode sportwagen.

De route loopt verder langs zand- en grindwinningsplassen en langs de Niers, mooi wandelen in dit zonnige weer. Kort voor Goch moet ik even naar de andere kant van de Niers, via paden door een park loop ik Goch binnen:
Weer terug de Niers over en dan linksaf naar het centrum, ik kom langs de St. Maria Magdalenakerk, wel open, maar niemand te vinden voor een stempel. Om de kerk heen via een steegje naar het centrum, de Markt, waar de Touristeninfo moet zitten. Klopt, alleen al dicht om 12 uur, dus ook hier geen stempel. Die moet ik dan maar gaan halen als ik de volgende keer van Goch naar Kevelaer loop. Ik besluit hier niet te gaan voor een drankje, maar naar het station te lopen. De trein naar Kleve, en daar de bus naar Nijmegen CS, en met de fiets weer naar huis. Daar drink ik samen met Janny alsnog mijn biertje om een mooie wandeldag af te sluiten.

VERDER NAAR DAG 3                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA

27 Augustus 2018: Van Goch naar Kevelaer 21 km

Drie dagen geen andere activiteiten, het weer is goed, dus drie dagen Jacobspad Limburg! Op weg naar haar werk zet Janny mij af in Goch, het is iets na 8 uur. De Touristeninfo is al open en ik krijg de gewenste stempel. Bij de bakker Am Steintor drink ik eerst een koppie koffie voor ik op pad ga. Goch is in WOII voor 80% verwoest, het Steintor waar ik onderdoor wandel is een van de behouden, gerestaureerde bouwsels. Ook het Haus Zu den fünf Ringen waar ik eerst langs kwam is een erg mooi oud pand. Via een aantal rustige straten loop ik naar de B67 (Ostring) en linksaf naar de Niers, waar ik de Nierswandelweg oppak. Mooi wandelen langs de rivier, midden in de natuur, met droog weer goed te doen maar met veel regen zal het hier erg zompig worden. 
Verscheidene km’s volg ik de Niers, af en toe iemand die de hond uitlaat. Het is grijs weer, maar de voorspelde buien blijven tot nu toe uit.
Bij een verkeersweg gekomen steek ik de Niers over, aan de andere kant gaat het via asfaltwegen verder tot een monument ter herinnering aan de Boxteler Bahn. Deze spoorlijn werd in de 19e eeuw aangelegd als snelle verbinding van Rotterdam via Boxtel naar het Ruhrgebied. Het was zelfs onderdeel van de snelle route van Londen via Berlijn naar Petersburg. Na WOI was het snel gedaan met de belangrijkheid van deze spoorlijn, in 1963 werden alle spooractiviteiten hierop gestaakt.
De drukke verkeersweg bij dit monument naar rechts, en iets verder voor de Niers weer verder over een pad langs de rivier. Een stukje verder zit aan de overkant een horecagelegenheid waar je met een trekpontje kunt komen, maar het is nog geen 10 uur, dus verder naar Weeze.
Het blijft mooi wandelen en het is nog ongeveer 3 km tot Weeze, waar een goede Konditorei zit (was ik al eens met Ad). 
Het pad eindigt bij een verkeersweg, die ik volgens de routebeschrijving naar links moet volgen. Ik ga echter eerst rechts de brug over richting het centrum van Weeze, na 13 km is het tijd voor Kaffee mit Kuchen.

naar rechts voor centrum Weeze

De Konditorei is dicht, op maandag gesloten! Ik besluit een eindje door te lopen, en na de bocht zit gelukkig nog een bakker. Komt het toch nog goed met die koffie met taart. Na de koffie ga ik even kijken bij de St. Cyriakuskerk, waarin in een nis een Jacobusbeeldje staat:
Ook Weeze is in WOII voor 80% verwoest, maar het bijzondere is, dat de St. Cyriakuskerk tegen het einde ven de oorlog door de eigen SS werd opgeblazen. Logisch dus dat het huidige kerkgebouw er met zijn moderne bakstenen vrij nieuw uitziet. Het mooie wandelpad langs de Niers gaat verder:
Een eind verder loopt de route langs Schloss Wissen aan de andere kant van de Niers. Eerste bebouwing van het waterkasteel in 1372, omgeven door een mooi park. gezien de vele auto’s zal het nu in gebruik zijn als kantoor.

Vooral de kasteelkapel schijnt bijzonder te zijn, dus ik besluit een kijkje te gaan nemen. De toegangsweg aan de andere kant is echter afgesloten wegens het gevaar van vallende takken. Dan maar niet. Weer terug langs een sluisje om mijn route te vervolgen.
Iets voor 14 uur loop ik Kevelaer binnen, de weg naar het centrum met de Kapellenplatz en de Basilikastrasse is eenvoudig te vinden.
Bij de Kapellenplatz is het altijd druk met bedevaartgangers, er schijnen zo’n 800.000 bezoekers per jaar te komen. De Mariabasiliek is zeer indrukwekkend, met enkele fraai uitgevoerde toegangsdeuren:
Ook de overige gebouwen, zoals de Sacramentskapelle en het Priesterhaus zijn erg mooi:
Een stempel gehaald bij de Sacramentskapelle, dan besluit ik eerst naar mijn geboekte kamer te gaan, Apartmenthaus Kühnen vooraan in de Basilikastrasse. Eerst even bellen met de eigenaar, die even later op de fiets komt aanrijden. Goede kamer met eigen badkamer voor € 35, geen ontbijt. Opgefrist van de douche ga ik het centrum weer in, de wind waait fris, groot verschil tussen schaduw en zon. Straks opletten met een terrasje zoeken, eerst eens de Gnadenkapelle bekijken:
Wel een rustig moment afwachten voor de foto, want er wordt bijna constant gebeden. Nog een rondje door het leuke centrum en dan zoek ik een terrasje op voor een biertje.
Verscheidene restaurants bekeken, maar of Ruhetag, of nog Betriebsferien, waarna ik kies voor Italiaans restaurant Elio in de Annastrasse, waar het goed zitten en eten is. Op tijd naar bed, morgen wordt een lange dag naar Straelen.

VERDER NAAR DAG 4                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA

28 Augustus 2018: Van Kevelaer naar Straelen 30 km

Redelijk warm vandaag, dus vroeg uit bed om op tijd met de 30 km voor vandaag te beginnen. Duitsland, dus al vroeg is er een bakker open voor een goed ontbijt. Iets na 7 uur loop ik door het centrum op zoek naar de route. Al snel vind ik buiten het centrum het vervolg langs een oude kloostermuur, hoog genoeg om het bespieden van de nonnen te voorkomen. Het eerste stuk van ongeveer 7 km naar Twisteden is niet bijster boeiend, langs (lege) aspergevelden, het product waarom Twisteden bekend staat. In Twisteden zelf loop ik even rechtdoor van de route af om bij de Heilige Quirinuskerk te komen. Dit is een “nieuwe” bakstenen kerk uit 1925, die toentertijd de te klein geworden kerk aan de noordrand verving. Andere tijden! Quirinus was samen met Antonius, Hubertus en Cornelius een van de vier Rijnse maarschalken die als hemelse ministers tussen de gelovigen en God bemiddelden. Voordeel van de kleine omweg is dat ik langs een klein café kom waar een bakkie koffie goed smaakt.

Buiten Twisteden gaat het langs rechte stukken tussen velden door tot het Nierskanaal.
In 1770 werd dit kanaal gerealiseerd om het hoge water van de Niers langs Geldern via Nederlands gebied als Gelderns Kanaal naar de Maas te laten afvloeien. In Nederland is de uitbouw tot kanaal echt nooit bewerkstelligd, zodat dit kanaal slechts 13 km lang is. Ik loop enkele km’s langs dit kanaal, waaraan diverse grote kwekerijen van heiplanten liggen. Dan sla ik af naar Lüllingen, dat om die reden heidedorp wordt genoemd:
Een paar km na Lüllingen verlaat ik de velden en draai het bos in op weg naar Haus Steprath.
De uit de 15e eeuw stammende waterburcht bestaat uit verschillende gebouwen omringd door een gracht, maar is helaas niet toegankelijk, tenzij je het afhuurt voor een feest. De route door het bos is wel aangenaam wandelen, en niet veel verder stuit ik op Schloss Walbeck. 
Het huidige kasteel stamt uit de 16e eeuw, een herenhuis met voorburcht in kwadraatvorm gebouwd. 
Mijn hoop op een kop koffie in middeleeuwse sferen vervliegt als ik bij de ingang het bord closed (Engels?) zie staan. Ik loop nog even de binnenhof op en spreek een medewerker aan, maar helaas. Dan maar door naar Walbeck. Mijn gids is uit 2008, maar de Stichting Pelgrimswegen naar Sint Jacob heeft Pdf’s beschikbaar gesteld met actuele routewijzigingen. Toch merk ik geregeld dat de merktekens onderweg hiervan afwijken. Zo ook kort voor Walbeck, waar de schelpen en pijlen mij richting de Steprather windmolen van Walbeck sturen.
Bij deze cylindrische molen staat de toren vast, en kan alleen de kap met de wieken richting de wind gedraaid worden, vermoedelijke oorsprong 15e eeuw. Tegenwoordig kun je er dankzij de inzet van een vrijwilligersclub vers gemalen meel kopen en de molen bezichtigen.
Aan de rand van Walbeck staat een kokerwindmolen met geheel andere constructie.
Deze molen werd in 1823 vanuit Nederland hierheen gebracht. Hier kan de houten koker in zijn geheel richting de wind gedraaid worden. In 1952 werd het gebruik als korenmolen gestaakt. In Walbeck wel een kop koffie met lunch.

Het stuk na Walbeck stelt weinig voor, nietszeggend landbouwgebied. Het maakt de laatste 10 km naar Straelen lastig, ik ben dan ook blij als ik eindelijk de stad in kan lopen. In de buitenwijk kom ik eerst langs de windmolen aam Gieselberg.
Deze molen uit 1851 brandde in 1952 door de bliksem getroffen af, werd gerestaureerd, maar stortte in 1972 in tengevolge van houtworm/boktor. Daarna is ze weer opgebouwd, helaas nog zonder wieken. Door het centrum wandel ik richting het geboekte hotel, op slot, dus de eigenaar bellen. Neemt niet op. Dan eerst maar terug naar het centrum, ben bijna op de Markt, word ik gebeld: de eigenaar. Hij is onderweg naar het hotel. Ik zeg, ik ga eerst een biertje drinken en kom dan terug. Zo gezegd, zo gedaan.

Mijn goedkope kamer is goed, met gedeelde badkamer; er is nog niemand, dus lekker douchen en daarna terug naar het centrum voor een maaltijd en bezichtiging van het centrum. Een rondje rondom de Petrus en Paulus kerk:
Straelen heeft een leuk centrum, vooral de Markt, en in de omliggende straten zijn veel panden uit de 16e tot 18e eeuw behouden.
Voor de kerk is met bakstenen de bekende Jacobsschelp gelegd, de zo bekende route-aanduiding op tal van Jacobuscamino’s.
Nog even nagenieten met een kop koffie op de Markt, dan ga ik mijn lijf te rusten leggen na deze inspannende dag.

VERDER NAAR DAG 5                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA

29 Augustus 2018: Van Straelen naar Steyl 19 km

Nog een paar km in Duitsland, dan loop ik Limburg binnen. Het is rustig om half 8 als ik Straelen uitloop op weg naar de grens.
Vlak voor de grens wordt het gebied bosachtiger, het Straelener Veen is in de 13e en 14e eeuw gebruikt om hout en turf te winnen. In de 19e eeuw wilde men het gebied ontwateren, maar dat mislukte, en grote stukken werden verkocht. Een aanzienlijk deel werd gekocht door de familie Underberg, groot en rijk geworden van de kruidendrank. In 1872 werd Gut Kastanienburg als jachtdomein gebouwd door Hubert Underberg-Albrecht. 
De naastgelegen boerderij met boerencafé bij dit landgoed wordt tegenwoordig beheerd door de familie Jacobs, heel toepasselijk aan deze Jacobsweg. Bij de grens staat nog een “kartonnen” veldwachter ter herinnering aan de grensbewaking in de tijd van de smokkelarij hier.
Ik loop Limburg binnen en draai een mooi veldpad in. Na enige tijd zijn de routeaanduidingen onduidelijk en daarna afwezig, dus raadpleeg ik de GPS-track; inderdaad verkeerd, met behulp van de GPS kom ik een eind verder weer op de route terecht. Zeker 6 km volg ik rustige veld- en bospaden,
tot ik bij een verharde weg langs de Venkoelen (Zwart Water) kom.
Een mooi stukje natuur, maar niet veel verder wandel ik de bewoonde wereld van Venlo binnen. De route draait langs de noordrand en komt bij een fraaie locatie met de kapel van Genooy:
Deze bedevaartskapel, gewijd aan de Heilige Moeder Gods van Genooy, werd in 1631 gebouwd als kopie van de kapel van Loreto, en in 1917 door architect Pierre Cuypers uitgebreid.
De aangepaste route loopt over de Maasdijk wat een mooie kijk geeft op de Maas, die met dit fraaie weer volop gebruikt wordt door plezierboten.
Uiteindelijk ontkom ik niet aan de drukte van de stad zelf, en loop langs de voormalige Jacobskapel
waar volgens de stichting een fraaie stempel te halen is. Het kantoor dat er tegenwoordig huisvest houdt de deuren echter hermetisch gesloten. Dan maar iets verder langs de haven op het terras voor een bakkie koffie met Limburgse vlaai. Daarna goed opletten voor de gewijzigde route door de uiterwaarden naar Tegelen, en verder naar Steyl. In Steyl is het heerlijk rustig, dorps, ik wandel eerst langs het klooster van de Heilige Geest.
Tijdens de cultuurstrijd in de 19e eeuw in Duitsland vluchtte pater Arnold Janssen naar Steyl en kocht daar een oude herberg, waar hij een studiehuis voor missionarissen van maakte. Dit werd de basis voor de stichting van meerdere kloostergebouwen, die Steyl zijn typische karakter geven. Ik wandel door de St. Michaelstraat langs een ander kloostergebouw. Hier kun je je ook melden voor een overnachting, ik haal hier een stempel. Als ik de weg vraag naar het station komt er een kleine verrassing: voor het station moet ik 2 km terug naar Tegelen. Even de GPS erbij, makkelijk te vinden. Met de trein terug naar huis na een mooie wandeldag, de rest van de routes volgt een volgende keer.

VERDER NAAR DAG 6                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA

15 September 2018: Van Steyl naar Roermond 24 km

Zaterdagmorgen, geen vroege bussen, Janny brengt mij al vroeg naar Nijmegen CS. Rond half 9 kom ik aan op station Tegelen en loop de 2 km naar Steyl, tot het kruispunt met de St. Michaelstraat:
Net buiten Steyl kom ik bij de Kapel van O.L. Vrouw Hulp in alle Nood te Geloo.
De legende gaat, dat een priester deze kapel in de 17e eeuw liet bouwen, maar de kapel werd in 1863 afgebroken i.v.m. de aanleg van de spoorlijn Roermond – Venlo. De jaren daarna brachten meerdere machinisten hun trein hier tot stilstand omdat ze een zeldzaam lichtverschijnsel zagen. Besloten werd toen tot de bouw van een nieuwe kapel in 1868, waarna de lichtverschijnselen ophielden. Deze kapel werd door een omvallende boom vernield en in 1946 vervangen door de huidige.

Over verschillende veldwegen gaat het verder tot de bosrand, waar een stukje Pieterpad dat door Duitsland loopt gevolgd wordt. Een mooi traject, dat met dit mooie weekendweer wat drukker door wandelaars bezocht wordt. In de buurt van de grenspost met de witte steen is het tijd voor koffie. Daarna wordt de route vervolgd over de Prinsendijk, dijk genoemd omdat dit pad door een voormalig heide- en moerasgebied loopt. In vroeger tijden was hier het galgenven, de benaming moge duidelijk het doel aangeven. Op de Prinsendijk kom ik langs een infobord over de pelgrimsweg door deze regio:
Aan de rand van Swalmen kom ik langs een tuin waarin een modelbouwer zijn lusten heeft botgevierd:
De route loopt verder richting Asselt, ik steek via een bruggetje de Swalm over langs de ruïne van kasteel Ouborg.
Dan komt de route bij de Asseltse Plassen uit, een recreatiegebied langs de Maas.In Asselt zelf is net een rondleiding bezig bij de St. Dionysiuskerk en het ertegenover gelegen streekmuseum.
Ik begin aan de laatste km’s voor vandaag naar Roermond, eerst kom ik langs de Caroluskapel in de Swalmerstraat. Een eind verder kom ik bij de St. Christoffelkerk, waar ook de pelgrimsrefugio moet zijn. De sleutel hiervan is te verkrijgen bij Theaterhotel De Oranjerie op het Kloosterwandplein. Eerst maar even halen; pelgrimspaspoort inleveren, € 5 betalen, morgen de sleutels weer inleveren dan krijg ik mijn pelgrimspaspoort gestempeld terug. Bij de receptie van de Oranjerie hebben ze geen idee waar de ingang van de refugio is, ze beheren alleen de sleutels. Dan eerst een lekker biertje op het terras van de Oranjerie.
Terug naar de St. Christoffelkathedraal, die nogal ingepakt ligt tussen andere gebouwen. Omdat niet direct duidelijk is voor welke ingang mijn sleutels dienen loop ik bij de ontvangstruimte naar binnen en vraag naar de ingang van de refugio. Een van de mannen loopt met me mee naar buiten, een stukje om de kerk heen. Ik heb 3 sleutels, 1 voor de elektronisch bediende toegangspoort, 1 voor de buitendeur en 1 voor de binnendeur van de refugio zelf. Zie de filmopnamen voor details. De refugio is basaal, doet me denken aan de eenvoudige pelgrimsherbergjes in Frankrijk, maar heeft ontegenzeglijk aantrekkingskracht. 
De bedden in de kast zijn wel zeer bijzonder, kastdeur openen, bed neerlaten en klaar. Benieuwd hoe het is hier de nacht alleen door te brengen. Ik ben en blijf de enige pelgrim, de douche is goed, daarna het centrum in voor een goede maaltijd. Als afsluiting nagenieten op een terras aan de Markt, de temperatuur laat dat goed toe.

VERDER NAAR DAG 7                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA

16 September 2018: Van Roermond naar Maaseik 29 km

Ik ben voorbereid op een lange warme dag en verlaat al vroeg de refugio. Goed geslapen, heel rustig, mijn ontbijt uit de supermarkt hier opgegeten met een bakkie oploskoffie erbij. Mooi om de Munsterkerk in alle rust te kunnen zien:
Ik lever de sleutels in bij De Oranjerie, check even of mijn stempel in het pelgrimspaspoort staat, en slinger vervolgens via enkele straten door het centrum naar De Steenen Brug ook wel Maria Theresiabrug genoemd.
De vroege ochtenden blijf ik toch de mooiste momenten van een wandeldag vinden. Via Voorstad Sint Jacob loop ik richting Herten en Merum, ik passeer een bord met de afstand naar Santiago:
geen optie voor mij.
Via de Rode Brug steek ik de Hambeek over naar Herten. Dit is een langere variant via het sluizencomplex van Osen, omdat de traditionele route via Ool gebruik maakt van het pontje daar, en dat vaart zo vroeg op zondagmorgen niet. Het is aangenaam wandelen door en langs Merum, langs de Maas met zijn vele plassen. Door natuurgebied Linnerweerd bereik ik de eerste stuw met sluizen in de Maas hier, het is redelijk druk met groepen wielrenners.
Langs verschillende watergangen kom ik uiteindelijk bij de stuw en sluis van Osen.
Aan de overkant loop ik via Heel naar Pol, waar ik het kanaal Wessem-Nederweert oversteek. Ondertussen heb ik onderweg bij gebrek aan een koffieplek mijn eigen rustplek gemaakt.
Tussen Wessem en Thorn kom ik langs een kleine kapel, waarvan er zoveel zijn in het katholieke Limburg.
Dan wandel ik het bekende Thorn, het “Witte Stadje”, binnen. Zondag, toeristische drukte hier.
Hier kruist Jacobspad Limburg de pelgrimsroute die via Den Bosch naar Visé loopt.
Kort voor Maaseik ligt Aldeneik waar ik langs de kloosterkerk kom.
Nog voor het centrum van Maaseik ligt B&B Muscari dat ik geboekt heb. Ik vind het snel, en een buurman ziet mij zoeken naar de juiste ingang. Zoals afgesproken ligt de sleutel in het postvak, aan de buitenkant een trap op en boven vind ik een riant appartement met woonkeuken, 2 slaapkamers en badkamer. Prima plek voor € 30. De eigenaresse is politiek actief en komt pas later vanavond thuis om kennis te maken. Na een grondige opfrisbeurt wandel ik naar het centrum van Maaseik waarvan de kerktoren al snel zichtbaar is.
Op de Markt in het centrum is het met de verschillende terrasjes goed vertoeven.
Uiteindelijk besluit ik het terras van Den Cleynen Keyser te verruilen voor een plekje binnen met een fijn hoofdgerecht.
Zolang het weer het toelaat sluit ik buiten op het terras weer af met een bakkie koffie na.

VERDER NAAR DAG 8                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA

17 September 2018: Van Maaseik naar Sittard 17 km

Het echtpaar van B&B Muscari brengt mij op deze maandagmorgen om half 9 een heerlijk uitgebreid ontbijt boven in mijn appartement. Vandaag tijd genoeg voor de 17 km naar Sittard, waar ik bij de Zusters van Regina Carmeli een kamer geregeld heb. Mooi weer, ik heb zin om op pad te gaan. Eerst terug de Maas over en Nederland in, dat doe ik via de Maasbrug langs de drukke verkeersweg, met op de brug een bijzonder kunstwerk van Peter Seegers.
Het kunstwerk geeft de verbondenheid tussen Nederlands en Belgisch Limburg aan. Meteen aan de overkant sla ik van de drukke weg linksaf de weilanden in, natuurgebied De Rug. Dit gebied is onderdeel van het Grensmaasproject met als doel de Maas in tijden van hoogwater meer ruimte te geven. Konikpaarden zorgen ervoor dat de groei van opkomende bomen en struiken beperkt blijft. Het is een vrij klein gebied en al snel loop ik Roosteren binnen.
En al snel weer uit, doodstil hier, geen café, geen markt op maandagmorgen, niente nada. Langs de Antoniuskapel, een combinatie van een kapel en een transformatorhuisje.
Limburg is hier slechts 5 km breed, België en Duitsland liggen om de hoek. Susteren is slechts een paar km verder; in het jaar 714 ontving Willibrord het als Landgoed Suestra en stichtte er een klooster, dat aan de route van bisschopsstad Utrecht naar Echternach lag. Ik kom hier bij de in de 11e eeuw gebouwde Heilige Amelbergakerk.
Voor Susteren hetzelfde als voor Roosteren: stil, doods, geen koffie. Het vervolg naar Nieuwstadt wordt een aangename route door bosgebied.

Hier wandelen wel enkele mensen, alhoewel sommigen mij met mijn grote rugzak aankijken alsof ik een zwerver ben, duidelijk niet gewend aan het fenomeen pelgrim. 
Nog geen 4 km verder wandel ik Nieuwstadt al binnen. De gewijzigde route leid je langs het centrum, maar ik kies voor de oude variant die door het centrum loopt. Helaas een ijdele poging om ergens koffie te kunnen drinken. Hoe een korte etappe zo toch lang kan worden! Ondanks de naam stamt Nieuwstadt al uit de 13e eeuw. 
Verder naar Sittard, waarbij de route eerst weer een stukje Duitsland aandoet, het dorpje Millen. Sittard loop ik binnen door een mooie parkachtige omgeving.
Een lang stuk door de parkachtige buitenwijken, dan loop ik het centrum door langs mooie panden. Vanmiddag maar uitgebreid bekijken, nu eerst naar de Markt voor eindelijk koffie.
Het is hier wel heel aangenaam zitten op deze mooie locatie, ik verwen mijzelf met een stuk welverdiende Limburgse vlaai. Eerst naar mijn slaapplek bij Regina Carmeli, rugzak weg en douchen, dan terug naar het centrum. Ik maak een aangename ronde door de oude straten van Sittard met zijn vele mooie bouwsels.

Sittard bevalt mij tot nu toe het beste, de Markt heeft genoeg terrasjes en restaurants om een keus te kunnen maken. En ik kan hier ergens een petje kopen, van thuis vergeten mee te nemen, maar gezien het warme zonnige weer morgen nodig. Zoals gebruikelijk op deze camino ’s avonds lekker gegeten aan de Markt en daarna buiten op een terrasje het licht zien uitgaan.

VERDER NAAR DAG 9                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA

18 September 2018: Van Sittard naar Houthem/Sint Gerlach 23 km

Vandaag een grote wijziging in de route. De gids gaat rechtstreeks naar Meerssen, maar de Pdf met de nieuwe route leidt naar Houthem/St. Gerlach, waar een echte pelgrimsrefugio is. Na een simpel ontbijtje bij de Zusters verlaat ik Sittard net als ik binnenkwam: door een ander mooi park, dit keer langs de Molenbeek.
 Een eindje verder komt de Molenbeek uit in de Geleenbeek.
Bij Munstergeleen stuit ik op een bijzondere zwerfkei met de Keltische brongod Glanis.
Een bijbehorend bord geeft tekst en uitleg.
Weer iets verder een bijzondere rustplek;
Toch maar verder, net op pad. In de buurt van Geleen begint het klimwerk, eindelijk doemen de Limburgse heuvels op. Bovenaan de Danikerberg krijg ik uitzicht op Sweikhuizen.
Op weg naar Sweikhuizen kom ik door prachtige holle wegen, vergelijkbaar met de corredoiros in Galicië, door erosie ontstaan. geen foto, wel op de film t.z.t. Na Sweikhuizen (geen koffie!) volgt een mooie route door het Stammenderbos met het nodige klimwerk, weer een beek oversteken.
Eenmaal uit het bos kom ik langs de Annakapel van Spaubeek. Vanuit de 12e eeuw stond hier de Laurentiuskerk, die in 1837 werd afgebroken om in het centrum van Spaubeek een nieuwe te bouwen. Het bijbehorende kerkhof lag sinds de bouw van de spoorlijn Sittard-Heerlen in 1896 gescheiden van de kerk, vandaar de bouw van de Annakapel, die door de bewoners Oude Kerk wordt genoemd.
De route loopt langs Groot Genhout en dreigt ook langs de rand van Schimmert te gaan. Ik krijg wel zicht op de kerk,
en ook op de watertoren. Uiteindelijk draait de route toch richting watertoren zodat ik die van dichtbij te zien krijg.
De 38 m hoge watertoren is een winnend ontwerp van architect Jos Wielders uit 1927, gebouwd in de expressionistische stijl van de Amsterdamse School. Het is 12.50 uur en nu wordt het toch echt tijd voor een lunch met koffie. In dit deel van Schimmert kom ik bij een bakker, het is 12.55 uur, om 13 uur gaan ze dicht! Als ik zeg dat ik nog nergens koffie heb kunnen drinken vanaf Sittard en snel wat wil eten gaat de bakkersvrouw 2 broodjes kaas smeren, ondertussen krijg ik een bakkie koffie en 2 stukjes vlaai. Ik krijg tot 13.10 uur de tijd om dat buiten aan een tafeltje te nuttigen, gaat lukken, een broodje gaat mee in de rugzak voor morgenochtend. Super!
Na de lunch loop ik langs de kapel van Sint Rochus, bekend van het omhoog houden van zijn pij om zijn lepralittekens te laten zien. Vaak ook met een hondje aan zijn voeten en een stuk brood in de hand afgebeeld.

Na Schimmert gaat het verder over een paar glooiende veldwegen. Via een tunnel kruis ik de A79 en de spoorlijn en loop dan het landgoed van Chateau Sint Gerlach op. De route wordt hier op zijn Spaans aangegeven met schelpen in de grond.
Het Chateau zelf is een luxe hotel, haaks daarop ligt een restaurant met daarachter de kerk, waar ook de pelgrimsrefugio moet zijn.
Ik meld mij bij de receptie van het hotel voor de sleutel van de refugio, € 10 inclusief een tegoedbon voor een kop soep bij het Burgemeester Quicx restaurant. Morgen sleutels inleveren, dan krijg ik mijn credencial gestempeld terug. Gauw kijken bij de refugio, erg benieuwd.
Toegangsdeur refugio:
Via het toegangshek naar het kerkhofje richting de kerk kom ik bij de ingang, op film is het beter te zien. Mooie plek, 3 stapelbedden, kleine leefruimte met keuken en goede badkamer. Prima dit initiatief, geweldige plek voor een simpele pelgrim, zeker als je in je eentje bent is rust verzekerd.
Dan naar het restaurant, ik krijg een heerlijke grote kom kreeftensoep met stukken brood erbij, een echte maaltijdsoep. Met een lekker biertje erbij natuurlijk.
Een stukje geschiedenis over Sint Gerlach:
De kluizenaar zelf:
’s Avonds heb ik mijzelf getrakteerd op een diner in de tuin van het restaurant, maar de soep vanmiddag was te vullend. Ik laat het bij een kabeljauw, gezond en voedzaam. Wel een heel mooie plek om hier te zijn, misschien nog eens met Janny terugkeren als hotelgast hier.
Achter dit restaurant ligt de terrastuin, rechts van de kerk de ingang naar de refugio.
Na het eten nestel ik me bij de refugio buiten op een bankje om te lezen, dan komt beheerder Wiel voor een praatje. Hij is ooit zelf op de fiets naar Santiago geweest en vertelt uitgebreid over zijn belevenissen. Binnen hangen er ook foto’s van. Dan besluiten we buiten het landgoed naar Café De Holle Eik te gaan voor een drankje, buiten op het terras drinken we nog wat en kletsen het nodige af. Erg gezellig. Achteraf had ik evengoed hier een goedkoop soort pelgrimsmenu kunnen nuttigen, vanmiddag bij aankomst eerst verder moeten oriënteren dus. Nu naar bed, morgen de laatste, lange, etappe van Jacobspad Limburg.

VERDER NAAR DAG 10                         TERUG NAAR ETAPPESCHEMA